ECLI:NL:CBB:2019:698
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling fosfaatrecht en proceskostenveroordeling afgewezen
Appellante, een melkveehouderij, had beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw waarin het fosfaatrecht voor haar bedrijf werd vastgesteld. Zij stelde dat het fosfaatrechtenstelsel haar recht op eigendom aantastte door een individuele en buitensporige last.
Het College overwoog dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met het recht op eigendom zoals neergelegd in artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. Appellante had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij door het stelsel een individuele en buitensporige last werd opgelegd, mede omdat zij haar forse uitbreiding voortzette terwijl zij zich bewust had moeten zijn van productiebeperkende maatregelen.
Hoewel verweerder in het bestreden besluit onvoldoende was ingegaan op de individuele last, werd dit gebrek gepasseerd omdat het beroep daardoor niet benadeeld werd. Het beroep werd ongegrond verklaard. Het College veroordeelde verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.