Appellante exploiteert een melkveehouderij en had een uitbreiding gepland om binnen drie jaar 120 melkvee te houden. Door arbeidsongeschiktheid van beide vennoten op de peildatum 2 juli 2015 beschikte zij echter slechts over 98 melkkoeien en 85 jongvee. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de feitelijke aantallen op die datum en wees het beroep op de knelgevallenregeling af.
Appellante stelde dat de knelgevallenregeling toegepast moest worden op het aantal dieren dat zij zonder de bijzondere omstandigheden zou hebben gehad, namelijk 120 melk- en kalfkoeien. Het College bevestigde echter dat de regeling niet voorziet in het meenemen van niet gerealiseerde uitbreidingen op of na 2 juli 2015 en dat de 5%-drempel wordt berekend door de situatie op de peildatum te vergelijken met een datum in het verleden.
Het College verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd vastgesteld dat toekomstige uitbreidingen niet in aanmerking worden genomen en dat dit aansluit bij de bedoeling van de wetgever. Gezien de twee elkaar opvolgende bijzondere omstandigheden zag het College geen reden om hiervan af te wijken. Het beroep werd ongegrond verklaard.