ECLI:NL:CBB:2019:715
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechten en individuele last bij uitbreiding melkveebedrijf
Appellante, een melkveehouderij, had haar fosfaatrecht vastgesteld gekregen op basis van het aantal melkkoeien en jongvee op 2 juli 2015. Zij voerde aan dat zij als starter moest worden aangemerkt en dat het fosfaatrechtenstelsel haar eigendomsrecht aantastte, met een individuele en buitensporige last als gevolg. Appellante had geïnvesteerd in uitbreiding van haar ligboxenstal en melkrobots, maar kon niet alle fosfaatrechten verkrijgen die nodig waren voor de volledige benutting van haar stalcapaciteit.
Verweerder stelde dat appellante geen nieuw gestart bedrijf was en dat het fosfaatrechtenstelsel niet in strijd was met het recht op eigendom. Ook betwistte hij dat er sprake was van een buitensporige last, mede omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat de uitbreiding noodzakelijk was. Het College overwoog dat appellante bewust had gekozen voor uitbreiding na 1 april 2015, terwijl duidelijk was dat ongeremde groei niet mogelijk was en productiebeperkende maatregelen te verwachten waren.
Het College concludeerde dat de belangen van milieubescherming en volksgezondheid zwaarder wegen dan de belangen van appellante. Hoewel het bestreden besluit aanvankelijk onvoldoende was gemotiveerd, werd dit gebrek gepasseerd omdat het geen nadeel opleverde. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.