ECLI:NL:CBB:2019:77
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Ontbreken van procesbelang bij vaststelling gewascode voor ruigte op landbouwpercelen
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de vaststelling van het bedrag aan basis- en vergroeningsbetaling voor 2017, waarbij zij bezwaar maakte tegen de vaststelling van de gewascode 334 (rand, grenzend aan bouwland, hoofdzakelijk blijvend grasland) voor twee percelen. Appellante stelde dat deze percelen bufferzones vormen met bloemen, gras en groenbemester en dat de gewascode ten onrechte is vastgesteld, mede vanwege een agromilieuverbintenis met het waterschap. Verweerder stelde dat appellante geen procesbelang heeft bij deze beroepsgrond omdat de percelen niet in een Natura 2000-gebied liggen en de vaststelling van de gewascode geen rechtsgevolg heeft in deze procedure.
Het College overwoog dat een beroepsgrond gericht moet zijn op een wijziging van het rechtsgevolg van het bestreden besluit. De vaststelling van de gewascode verandert echter niets aan de subsidiabele hectares en betalingen die appellante ontvangt. Hoewel de discussie over de gewascode mogelijk relevant kan zijn voor andere verplichtingen zoals het instandhouden van grasland, kan het College daarover in deze procedure niet oordelen. Ten aanzien van perceel 41 stelde verweerder dat een deel van het perceel ruigte betreft en niet als landbouwareaal kan worden aangemerkt. Het College vond dat verweerder dit voldoende had onderbouwd met luchtfoto’s en dat appellante dit niet aannemelijk had tegengesproken.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het College heeft geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de vaststelling van de gewascode is ongegrond verklaard wegens ontbreken van procesbelang.