Appellant verzocht om uitbetaling van basis- en vergroeningsbetalingen en melding overdracht betalingsrechten voor 2016. De minister weigerde registratie en uitbetaling omdat appellant niet als actieve landbouwer werd aangemerkt, mede vanwege een onjuiste hoofdactiviteit in het Handelsregister en het te laat indienen van een accountantsverklaring.
In beroep stelde appellant dat hij wel degelijk als actieve landbouwer kan worden beschouwd en dat de accountantsverklaring ten onrechte buiten beschouwing is gelaten. Het College oordeelde dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de accountantsverklaring niet is beoordeeld en dat het besluit niet deugdelijk is gemotiveerd.
Het College vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de minister binnen acht weken opnieuw op de bezwaren moet beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld in de proceskosten van appellant.