ECLI:NL:CBB:2019:82
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.R. Winter
- B. Bastein
- I.M. Ludwig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidieregeling bedrijfsbeëindiging melkveehouderij inzake referentiedatum melkkoeien
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat waarin zijn subsidieaanvraag op grond van de Subsidieregeling bedrijfsbeëindiging melkveehouderij werd toegekend tot een bedrag van €8.760,--. Het geschil betreft de hoogte van de subsidie, waarbij appellant betoogt dat ten onrechte is uitgegaan van het aantal melkkoeien op 26 april 2017, terwijl hij runderen na de eerste openstellingsperiode heeft afgevoerd die volgens hem ook mee hadden moeten tellen.
De Subsidieregeling voorziet in subsidie voor het aantal melkkoeien dat op de dag van uitgifte van het Staatscourantbesluit van de betreffende openstellingsperiode werd gehouden. De tweede openstellingsperiode hanteert een latere referentiedatum dan de eerste. Het College stelt vast dat de keuze voor een nieuwe referentiedatum niet in strijd is met enig algemeen rechtsbeginsel en dat de staatssecretaris terecht is uitgegaan van het aantal melkkoeien op 26 april 2017.
Hoewel het begrijpelijk is dat appellant teleurgesteld is over de regeling, is dit onvoldoende om de opvolging van de tranches onredelijk te achten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidie is terecht berekend op basis van het aantal melkkoeien op 26 april 2017.