ECLI:NL:CBB:2020:1008
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechtenstelsel en individuele last voor melkveehouderij
Appellante, exploitant van een melkveehouderij, stelde dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last oplegt omdat zij vóór de peildatum 2 juli 2015 investeringen deed in uitbreiding van haar bedrijf. Zij voerde aan dat de Nitraatrichtlijn onvoldoende grondslag biedt en dat sprake is van ongeoorloofde staatssteun.
Het College overwoog dat het fosfaatrechtenstelsel rechtmatig is en dat de bezwaren tegen staatssteun en de grondslag van de Nitraatrichtlijn niet slagen. Het College weegt bij de beoordeling van een individuele last alle belangen af en stelt dat niet ieder vermogensverlies een buitensporige last vormt. Ondernemersbeslissingen dragen risico's die de ondernemer zelf moet dragen.
Gezien het tijdstip van de investeringen, het ontbreken van bedrijfseconomische noodzaak, en de kennis van de afschaffing van het melkquotum en de te verwachten maatregelen, acht het College de investeringsbeslissingen niet navolgbaar als reden voor een individuele last. De belangen van milieu en volksgezondheid wegen zwaarder dan die van appellante. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het fosfaatrechtenbesluit wordt ongegrond verklaard.