ECLI:NL:CBB:2020:1022
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling knelgevallenregeling fosfaatrechten bij niet-gerealiseerde uitbreiding veestapel
Appellante exploiteert een gemengde veehouderij en had een nieuwe stal gebouwd voor uitbreiding van haar melkvee. Door ziekte van een persoon binnen het samenwerkingsverband was de uitbreiding op de peildatum 2 juli 2015 niet gerealiseerd. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van het aantal dieren op die peildatum en weigerde verhoging op grond van de knelgevallenregeling omdat het verlies aan fosfaatrechten niet minimaal 5% bedroeg.
Appellante voerde aan dat zonder de ziekte de uitbreiding wel gerealiseerd zou zijn en dat het fosfaatrecht op basis daarvan moest worden vastgesteld. Verweerder verwees naar jurisprudentie waarin is bepaald dat niet-gerealiseerde uitbreidingen niet mogen worden meegenomen bij de beoordeling van knelgevallen.
Het College bevestigde dat de wetgever een beperkte knelgevallenregeling heeft gekozen en dat alleen de feitelijke situatie op de peildatum en de situatie zonder buitengewone omstandigheden in redelijkheid mogen worden vergeleken. Omdat de uitbreiding niet was gerealiseerd, mocht deze niet worden meegenomen. De vergelijking tussen 2 juli 2015 en 1 januari 2015 toonde geen verlies van minimaal 5% fosfaatrechten, zodat het beroep ongegrond werd verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 22 december 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van het fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.