ECLI:NL:CBB:2020:1029
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling fosfaatrechten wegens investeringen zonder vereiste vergunning
Appellante exploiteert een melk- en vleesveebedrijf en voerde investeringen uit in renovatie en nieuwbouw van stallen. Op de peildatum 2 juli 2015 beschikte zij niet over de benodigde Natuurbeschermingswet-vergunning voor het beoogde aantal dieren. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de aanwezige dieren op die datum en verklaarde het bezwaar ongegrond.
Appellante voerde aan dat het fosfaatrechtenstelsel haar eigendomsrecht aantast en een individuele en buitensporige last oplegt vanwege haar investeringen voorafgaand aan de vergunningverlening. Het College overwoog dat investeringsbeslissingen na 2 juli 2015 genomen zijn met kennis van het stelsel en dat investeringen zonder vereiste vergunningen op de peildatum geen grond bieden voor schending van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol.
Het College weegt de belangen van milieubescherming en volksgezondheid zwaarder dan de investeringsrisico's van appellante. De financiële gevolgen voor appellante zijn onvoldoende om een individuele en buitensporige last aan te nemen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van het fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.