ECLI:NL:CBB:2020:109
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening onherroepelijke GLB-besluiten wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellanten verzochten de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om herziening van eerdere besluiten uit 2016 over de toewijzing en uitbetaling van GLB-betalingsrechten. De minister wees dit verzoek af omdat appellanten geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden hadden aangevoerd, waardoor de besluiten onherroepelijk waren geworden.
Appellanten stelden dat een eerdere uitspraak van het College van Beroep het toepasselijke artikel in de Uitvoeringsregeling onverbindend verklaarde en dat dit aanleiding gaf tot heroverweging. Tevens voerden zij aan dat het gelijkheidsbeginsel en hun maatschappelijke rol als beheerders van natuurgebieden een ander oordeel rechtvaardigden.
Het College overwoog dat jurisprudentie geen nieuw feit vormt en dat het wettelijke systeem van rechtszekerheid vereist dat onherroepelijke besluiten in beginsel niet worden herzien zonder nieuwe feiten. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat appellanten niet dezelfde rechtspositie hadden als landbouwers die wel tijdig beroep hadden ingesteld. Ook de maatschappelijke rol en financiële belangen van appellanten waren onvoldoende zwaarwegend om het besluit evident onredelijk te achten.
Daarom verklaarde het College de beroepen ongegrond en bevestigde het de afwijzing van het verzoek tot herziening van de besluiten.
Uitkomst: Het College verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herziening van de GLB-besluiten wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.