Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Beslissing op het wrakingsverzoek van
[naam] , te [plaats] , verzoeker.
Procesverloop
Overwegingen
11 februari 2020 opgemaakte proces-verbaal als volgt gemotiveerd.
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de raadsheer die zijn beroepszaak behandelde over de vaststelling van de oppervlakte van landbouwpercelen in het kader van de Gecombineerde Opgave 2017.
De raadsheer had verzoeker gewezen op het ontbreken van een concreet belang en stelde dat algemene, theoretische betogen over meettechnieken onvoldoende waren. Verzoeker mocht zijn betoog niet nader concretiseren in een laat stadium van de procedure, wat een procesbeslissing betrof. De wrakingskamer oordeelde dat deze procesbeslissing geen aanleiding gaf tot twijfel aan de onpartijdigheid van de raadsheer.
Verzoekers vrees voor partijdigheid werd niet objectief gerechtvaardigd geacht, ook niet door het feit dat de raadsheer niet wenste te toetsen aan een specifieke EU-verordening over coördinatensystemen. De wrakingskamer concludeerde dat de feiten en omstandigheden onvoldoende waren om het wrakingsverzoek toe te wijzen.
De wrakingskamer wees het verzoek af en bepaalde dat de behandeling van het beroep door de enkelvoudige kamer wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheer wordt afgewezen en de behandeling van het beroep wordt voortgezet.