ECLI:NL:CBB:2020:139

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
28 februari 2020
Publicatiedatum
2 maart 2020
Zaaknummer
17/1398
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Geheimhoudingsbeslissing
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 AwbArt. 8:45 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing over beperking kennisneming vertrouwelijke stukken in hoger beroep Mededingingswet

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft Stichting Speel Verantwoord hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een mededingingsrechtelijk geschil met Lottovate Nederland B.V. en de Autoriteit Consument en Markt (ACM).

ACM had vertrouwelijke stukken overgelegd waarvan alleen het College kennis mocht nemen. Het College had eerder een beslissing genomen over de beperking van kennisneming, maar moest nu een nieuwe beslissing nemen over een aanvullende toelichting van ACM van 4 februari 2020.

Het College oordeelt dat de beperking van kennisneming van de vertrouwelijke toelichting grotendeels gerechtvaardigd is, omdat openbaarmaking de belangen van partijen en het functioneren van ACM kan schaden. Echter, enkele passages bevatten geen bedrijfsvertrouwelijke gegevens en mogen openbaar worden gemaakt. Het College verzoekt ACM een nieuwe versie van het stuk te sturen en partijen te laten weten of zij instemmen met gebruik van de vertrouwelijke versie.

De beslissing betreft een zorgvuldige belangenafweging tussen transparantie en bescherming van concurrentiegevoelige informatie in het kader van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

Uitkomst: De beperking van kennisneming van vertrouwelijke stukken door ACM is grotendeels gerechtvaardigd, met uitzondering van enkele passages die openbaar mogen worden gemaakt.

Uitspraak

beslissing

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 17/1398
beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het hoger beroep van

Stichting Speel Verantwoord, te Den Haag, appellante

(gemachtigde: mr. O.W. Brouwer en mr. A.A.J. Pliego Selie),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 27 juli 2017, kenmerk ROT 16/392 en ROT 16/429, in het geding tussen
appellante en Lottovate Nederland B.V.
en
de Autoriteit Consument en Markt(ACM)
(gemachtigde: mr. drs. G.J. la Bastide).

Als derde-partij neemt aan het geding in hoger beroep deel:

Nederlandse Loterij B.V., te Rijswijk (Nederlandse Loterij)

(gemachtigde: mr. E.H. Pijnacker Hordijk en mr. R.G.J. Gehring).

Procesverloop

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam (rechtbank) van 27 juli 2017 (ECLI:NL:RBROT:2017:5738).
ACM heeft op 15 mei 2018 de vertrouwelijke versie van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken.
Bij beslissing van 18 oktober 2018 (ECLI:NL:CBB:2018:669) heeft het College de gevraagde beperking van de kennisneming gerechtvaardigd geacht met uitzondering van de beperking van de kennisneming van stuk 72.
ACM heeft bij brief van 18 december 2018 een niet-vertrouwelijke versie van stuk 72 ingediend.
Appellante en Nederlandse Loterij hebben het College toestemming verleend om mede op grondslag van die stukken uitspraak te doen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 juli 2019.
Bij brief van 10 december 2019 is partijen bericht dat het College het onderzoek heeft heropend en is aan ACM verzocht het College op een aantal punten nader voor te lichten.
ACM heeft bij brief van 4 februari 2020 gereageerd. ACM heeft twee versies van de toelichting gestuurd, namelijk een niet-vertrouwelijke versie en een vertrouwelijke versie die volgens de brief bestemd is voor het College.

Overwegingen

1. ACM heeft in de brief van 4 februari 2020 aangegeven dat de vertrouwelijke versie van de toelichting bestemd is voor het College. Omdat ACM op grond van artikel 8:45 van Pro de Awb verplicht is te reageren op de vragen van het College en ACM heeft meegedeeld dat alleen het College kennis mag nemen van de vertrouwelijke versie van de toelichting, moet de brief van 4 februari 2020 worden gezien als een mededeling als bedoeld in artikel 8:29, eerste lid, van de Awb.
2. Het College stelt voorop dat de beslissing van 18 oktober 2018 tot uitgangspunt strekt voor de onderhavige beslissing. Met de onderhavige beslissing wordt geen oordeel gegeven over de grond van appellante dat de door ACM gevraagde beperking van kennisneming niet geheel gerechtvaardigd is. Daarover zal de kamer die uitspraak zal doen op het hoger beroep beslissen.
3. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.
4. Deze door het College te nemen beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daar tegenover staat dat openbaarmaking van bepaalde gegevens het belang van een of meer partijen onevenredig kan schaden, terwijl ACM er belang bij heeft ook in de toekomst de informatie, waaronder concurrentiegevoelige gegevens, aangeleverd te krijgen die zij voor een goede uitoefening van haar taken nodig heeft. Onder concurrentiegevoelige bedrijfsgegevens vallen ook gegevens die, hoewel zelf niet als bedrijfsgegevens aan te merken, niettemin inzicht kunnen bieden in de door betrokkene(n) voorgestane (markt)strategie.
5. Voor zover de toelichting van 4 februari 2020 gegevens bevat die overeenkomen met gegevens waarop de beslissing van 18 oktober 2018 ziet, acht het College de beperking van de kennisneming op dezelfde gronden gerechtvaardigd. Voor zover de toelichting nieuwe informatie bevat – waaronder met name het nader toegelichte standpunt van ACM over de eerder overgelegde informatie – acht het College de beperking van de kennisneming eveneens op dezelfde gronden gerechtvaardigd, met uitzondering van de volgende passages:
- de tekst van randnummers 43 en 44;
- het eerste deel van randnummer 51 tot en met de bewoordingen “4 mappen”;
- de eerste en de voorlaatste en laatste zin van randnummer 52;
- de eerste zin van randnummer 60;
Deze passages bevatten geen bedrijfsvertrouwelijke gegevens of gegevens waaruit (een deel van) de marktstrategie van betrokkenen zou kunnen worden afgeleid. De passages bevatten algemene beschrijvingen en (inleidende) opmerkingen. De laatste zin van randnummer 43 komt inhoudelijk overeen met wat, blijkens het p-v (p. 9-10), op dit punt ter zitting naar voren is gebracht. Het verzoek om beperking van de kennisneming wordt in zoverre afgewezen.
6. Het College stuurt het stuk terug aan ACM. ACM dient binnen twee weken na de verzending van deze beslissing een nieuwe versie van dat stuk aan het College en de andere partijen toe te sturen. Stuurt ACM het stuk niet in, dan kan het College daaruit de gevolgtrekkingen maken die hem geraden voorkomen.
7. Het College kan alleen met toestemming van de andere partijen mede op de grondslag van de vertrouwelijke versie van het stuk uitspraak doen.
Appellante en de Nederlandse Loterij worden verzocht om binnen twee weken na verzending door ACM van de nieuwe versie van de toelichting schriftelijk kenbaar te maken of zij ermee instemmen dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van dat stuk uitspraak doet op het hoger beroep.

Beslissing

Het College:
- beslist dat beperking van de kennisneming van de toelichting van ACM van 4 februari 2020 gerechtvaardigd is met uitzondering van de onder 5 genoemde passages;
- bepaalt dat het stuk wordt teruggezonden aan ACM;
- verzoekt ACM binnen twee weken na heden een nieuwe versie van het stuk aan het College en de andere partijen toe te sturen.
- verzoekt appellante en de Nederlandse Loterij om binnen twee weken na verzending van de nieuwe versie door ACM schriftelijk aan het College kenbaar te maken of zij ermee instemmen dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van dat stuk uitspraak doet op het hoger beroep.
Aldus genomen door mr. S.C. Stuldreher, in tegenwoordigheid van mr. I.C. Hof als griffier, op .
w.g. S.C. Stuldreher w.g. I.C Hof