ECLI:NL:CBB:2020:143
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.L. van der Beek
- T. Pavićević
- D. Brugman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging randvoorwaardenkorting GLB wegens niet emissiearm uitrijden mest
Appellante heeft in 2017 rechtstreekse betalingen aangevraagd binnen het GLB. Bij controle door de NVWA op 15 maart 2017 werd vastgesteld dat circa 60 m³ runderdrijfmest niet emissiearm was aangebracht op grasland, waarbij mest deels bovenop de sleufjes lag in plaats van uitsluitend daarin.
Verweerder legde op grond van de Uitvoeringsregeling een randvoorwaardenkorting van 20% op vanwege deze niet-naleving, die werd gehandhaafd na bezwaar. Appellante voerde aan dat de mest wel volgens de voorschriften was aangebracht en dat de korting onterecht was.
Het College oordeelt dat het bestuursorgaan terecht uitging van het proces-verbaal en inspectieverslag, die voldoende bewijs vormen. De verklaring van de eigenaar bevestigt dat mest op circa 2/3 deel van het perceel niet goed was ingewerkt. Het College stelt vast dat de verplichting tot emissiearm aanwenden van mest is gebaseerd op Europese regelgeving en correct is toegepast.
Verder is sprake van opzet omdat appellante niet tussentijds controleerde en corrigeerde. De opgelegde korting van 20% is conform de regelgeving en niet disproportioneel. Ook is er geen sprake van dubbele bestraffing. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de randvoorwaardenkorting van 20% wordt bevestigd.