ECLI:NL:CBB:2020:154
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit fosfaatrecht wegens onjuiste melkproductieperiode bij ziekte ondernemer
Appellante, een melkveebedrijf in maatschapvorm, maakte bezwaar tegen het vastgestelde fosfaatrecht door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het geschil betrof de periode die representatief is voor de melkproductie, mede vanwege de tijdelijke arbeidsongeschiktheid van een maat in de maatschap door ziekte.
Het primaire besluit stelde het fosfaatrecht vast op basis van de melkproductie in 2015. Verweerder herzag dit besluit en verhoogde het fosfaatrecht, maar bleef uitgaan van de melkproductie van 2015. Appellante stelde dat deze periode niet representatief was vanwege de ziekte en de daardoor lagere melkproductie in de eerste helft van 2015.
Het College oordeelde dat de melkproductie van 2015 ten onrechte als representatief werd beschouwd en dat de melkproductie in de periode augustus 2013 tot en met juli 2014 beter aansluit bij de buitengewone omstandigheden. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot een nieuwe beslissing.