ECLI:NL:CBB:2020:187
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Waarschuwing geen besluit in de zin van de Awb; beroep ongegrond verklaard
Appellant ontving van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een schriftelijke waarschuwing wegens overtredingen van de Wet dieren en het Besluit houders van dieren. De waarschuwing bevatte een afspraak om vijf roofvogels voor een bepaalde datum over te dragen aan een opvangadres. Appellant voldeed hieraan, maar maakte bezwaar tegen de waarschuwing, stellende dat het een zuivere last betrof.
Verweerder verklaarde het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk omdat de waarschuwing geen besluit zou zijn in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb. Appellant stelde dat het wel een besluit met rechtsgevolg betrof en stelde een ingebrekestelling wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar. Het College stelde vast dat de ingebrekestelling niet prematuur was en het beroep ontvankelijk.
Het College oordeelde dat de waarschuwing geen besluit is omdat deze niet is gebaseerd op een wettelijk voorschrift en geen rechtsgevolg heeft. De waarschuwing is slechts een constatering en aankondiging van mogelijke handhaving, maar legt geen rechtens bindende verplichting op. Omdat geen besluit aanwezig is, is het bezwaar terecht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het kennelijk niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar is ongegrond verklaard omdat de waarschuwing geen besluit in de zin van de Awb is.