ECLI:NL:CBB:2020:210
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen fosfaatrechten toegekend aan houder zonder feitelijk bezit op peildatum
Appellante, een veehouderijonderneming, had een varkenshouderij overgenomen met het plan om over te schakelen naar melkveehouderij. Op de peildatum 2 juli 2015 hield zij echter geen melkvee of jongvee feitelijk op haar bedrijf, hoewel zij eigenaar was van de dieren die bij de verkoper verbleven. Verweerder stelde het fosfaatrecht daarom op nihil vast.
Appellante voerde aan dat de dieren in haar eigendom waren en dat zij gelijk behandeld moest worden als starters, maar erkende dat zij niet voldeed aan de startersregeling. Het College oordeelde dat het fosfaatrecht uitsluitend wordt toegekend aan de feitelijke houder van de dieren op de peildatum, ongeacht eigendom. Bovendien is een bestaand bedrijf dat uitbreidt of omschakelt niet gelijk te stellen met een nieuw gestart bedrijf, waarvoor de startersregeling geldt.
Het beroep werd ongegrond verklaard. Het College zag geen aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat zij op de peildatum geen feitelijk houder was van het melkvee en geen recht heeft op fosfaatrechten.