In deze bestuursrechtelijke zaak heeft appellante beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarbij het bezwaar tegen de vaststelling van het fosfaatrecht ongegrond werd verklaard. Het geschil betreft de uitleg van artikel 23, derde en zesde lid, van de Meststoffenwet en de toepassing van de knelgevallenregeling.
Appellante exploiteert een melkveehouderij en had een koopovereenkomst gesloten voor de aankoop van 60 melk- en kalfkoeien, die door een voetbreuk van een van de maten niet kon worden gerealiseerd. Appellante stelde dat de niet gerealiseerde uitbreiding op de peildatum in aanmerking moest worden genomen bij het vaststellen van het fosfaatrecht. Verweerder stelde dat niet gerealiseerde uitbreidingen, ook op de peildatum, niet meetellen.
Het College heeft het standpunt van verweerder bevestigd en gewezen op vaste rechtspraak waarin is bepaald dat de knelgevallenregeling niet ziet op niet gerealiseerde uitbreidingen, ook niet op de peildatum. De door appellante aangevoerde argumenten bieden geen aanleiding tot een andere beoordeling. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.