ECLI:NL:CBB:2020:225
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsom wegens aanbieden taxivervoer zonder vergunning in Amsterdam
Appellant, werkzaam als taxichauffeur in Amsterdam, beschikte niet over een geldige Taxxxivergunning voor het aanbieden van taxivervoer op de Amsterdamse opstapmarkt. Op 12 juli 2018 constateerde een toezichthouder dat appellant met een als taxi herkenbare auto tien minuten stil stond op een laad- en losplaats die bekend staat als illegale opstaplocatie, zonder dat hij een bestelde taxirit uitvoerde.
Verweerder legde appellant een last onder dwangsom op en vorderde een dwangsom van €5.550,- wegens overtreding van artikel 2.3, eerste lid, van de Taxiverordening Amsterdam 2012. Appellant voerde aan dat hij wachtte op een klant die een rit had besteld en dat hij niet taxivervoer aanbood zonder vergunning.
Het College overwoog dat het stil staan op een als illegale opstapplaats bekende locatie zonder het uitvoeren van een bestelde rit de conclusie rechtvaardigt dat taxivervoer wordt aangeboden zonder vergunning. De door appellant overgelegde schermprints en zijn verklaring konden dit niet aannemelijk maken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de dwangsom wordt bevestigd.