Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 april 2020 op het verzet van
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellant had beroep ingesteld tegen een beslissing van burgemeester en wethouders van Amsterdam, maar het College verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat appellant het griffierecht niet had betaald binnen de gestelde termijn. Appellant stelde in verzet dat hij niet in staat was het griffierecht te betalen en dat hij bereid was dit alsnog te doen, maar hij had niet binnen de termijn contact gezocht met het College.
Daarnaast had appellant ook niet binnen de termijn de gronden van het beroep ingediend, ondanks een verzoek om uitstel dat te laat was gedaan. Het College oordeelde dat appellant had moeten reageren binnen de gestelde termijnen en dat het beroep ook om die reden niet-ontvankelijk had kunnen worden verklaard.
Het verzet werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 14 april 2020.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens niet-betaling van het griffierecht is ongegrond verklaard.