Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 april 2020 op het verzet van
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellante, V.O.F. [naam], heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellante, ondanks een termijn van vier weken gesteld in een griffiersbrief van 18 juli 2019, de gronden van het beroep niet had ingediend.
Appellante stelde in het verzet dat zij geen nadere termijn voor het indienen van de gronden had ontvangen en dat de machtiging later werd overgelegd. Het College oordeelde echter dat de termijn in de brief duidelijk was gesteld en dat de machtiging te laat was ingediend. De gronden werden pas op 6 april 2020 ingediend, wat buiten de gestelde termijn viel.
Het College verklaarde het verzet daarom ongegrond en wees een veroordeling in de proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door mr. T.G.M. Simons op 21 april 2020.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard.