ECLI:NL:CBB:2020:40
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling fosfaatrecht en toepassing knelgevallenregeling faalt
Appellante exploiteert een melkveehouderij en voerde beroep aan tegen het besluit van de minister dat haar fosfaatrecht vaststelde op basis van het aantal dieren op 2 juli 2015. Zij stelde dat door investeringen in een tweede locatie en de timing van vergunningen sprake was van een individuele en buitensporige last, en beriep zich op de knelgevallenregeling.
Het College oordeelde dat de knelgevallenregeling niet van toepassing is omdat geen van de in de wet genoemde buitengewone omstandigheden zich voordeed. Verder werd vastgesteld dat het fosfaatrechtenstelsel verenigbaar is met het recht op eigendom zoals neergelegd in het Eerste Protocol bij het EVRM, en dat geen sprake is van een individuele en buitensporige last.
De investeringen van appellante en de levering van de tweede locatie vonden plaats vóór de peildatum, maar het risico van de timing lag bij haar. Ook werd geoordeeld dat bij de beoordeling van de last moet worden uitgegaan van het aantal dieren waarvoor vergunning was verleend, niet van de stalcapaciteit. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar appellante kreeg vergoeding van griffierecht en proceskosten toegekend vanwege een motiveringsgebrek in het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard en de knelgevallenregeling wordt niet toegepast.