ECLI:NL:CBB:2020:416
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bemonsteringsmethode fosfaatarme grasland en proceskostenvergoeding
Appellant betwistte de indeling van 2,77 hectare grasland als niet fosfaatarm/-fixerend vanwege het gebruik van een afwijkende bemonsteringsmethode dan voorgeschreven in de Uitvoeringsregeling. Het College stelde vast dat appellant de percelen niet volgens de gestratificeerde aselecte steekproefmethode heeft bemonsterd, waardoor niet is komen vast te staan dat de bodem fosfaatarm was.
Verweerder had het fosfaatrecht van appellant ongewijzigd vastgesteld, ondanks een gedeeltelijke gegrondverklaring van bezwaar over het dierenaantal. Appellant vorderde daarnaast vergoeding van proceskosten, die verweerder had afgewezen omdat geen sprake was van herroeping van het primaire besluit.
Het College oordeelde dat het bestreden besluit niet deugdelijk was gemotiveerd, maar dat appellant hierdoor niet is benadeeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Wel werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van appellant. De vergoeding bedraagt €525,- voor beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar appellant krijgt griffierecht en proceskosten vergoed.