ECLI:NL:CBB:2020:447
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling fosfaatrecht en toepassing knelgevallenregeling afgewezen
Appellante, een melkveehouderij, maakte bezwaar tegen het vastgestelde fosfaatrecht op grond van de Meststoffenwet, waarbij zij een beroep deed op de knelgevallenregeling vanwege ziekte en overlijden binnen de maatschap die de bedrijfsvoering beïnvloedden.
De minister stelde het fosfaatrecht vast op basis van de situatie op de peildatum 2 juli 2015 en verwierp het bezwaar van appellante. Na beroep stelde de minister het fosfaatrecht opnieuw vast in het vervangingsbesluit, waarbij het beroep op de knelgevallenregeling werd afgewezen omdat niet werd voldaan aan de 5%-drempel.
Het College oordeelde dat appellante geen belang meer had bij het beroep tegen het bestreden besluit en verklaarde dit niet-ontvankelijk. Het beroep tegen het vervangingsbesluit werd ongegrond verklaard omdat de knelgevallenregeling niet van toepassing was en de toekenning van fosfaatrechten voor bepaalde dieren niet mogelijk was volgens de wettelijke definitie van melkvee.
Vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten werd toegewezen aan appellante. De uitspraak werd gedaan door mr. A. Venekamp, voorzitter en griffier waren verhinderd te ondertekenen.
Uitkomst: Het beroep tegen het vervangingsbesluit wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk.