ECLI:NL:CBB:2020:521
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen toepassing startersregeling fosfaatrechten bij voortzetting bestaand melkveebedrijf
Appellante, een maatschap die een melkveehouderij exploiteert, stelde dat zij een nieuw bedrijf was gestart en daarom aanspraak kon maken op de startersregeling voor fosfaatrechten. Het bedrijf was eerder geëxploiteerd door andere personen en had tot 2010 melk geproduceerd. In de periode 2011-2013 werd geen melk geproduceerd, maar werden enkele rosékalveren hobbymatig gehouden.
Verweerder stelde dat er geen sprake was van een nieuw bedrijf, maar van een voortzetting van het bestaande bedrijf onder een andere rechtsvorm. Appellante beschikte niet over een voor 2 juli 2015 verleende omgevingsvergunning voor het houden van melkvee en had geen onomkeerbare investeringsverplichtingen aangetoond.
Het College volgde verweerder en oordeelde dat de situatie van appellante niet voldeed aan de cumulatieve voorwaarden van de startersregeling. Ook het beroep op een afzonderlijk bedrijf voor de opfok van jongvee werd verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante op toepassing van de startersregeling wordt ongegrond verklaard.