ECLI:NL:CBB:2020:552
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid beroepen wegens niet tijdig betalen griffierecht ongegrond verklaard
Appellanten, bestaande uit 92 pluimveehouders, hadden beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit die hun bezwaren tegen een diergezondheidsheffing ongegrond verklaarden. Een deel van deze beroepen werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet of niet tijdig was betaald.
Appellanten maakten bezwaar tegen deze niet-ontvankelijkverklaring door middel van verzet. Zij voerden aan dat er veel communicatie was geweest met de griffie om de zaken efficiënt te behandelen, maar dat door omstandigheden in de vakantieperiode het tijdig betalen van het griffierecht niet altijd mogelijk was.
Het College oordeelde dat appellanten voldoende waren herinnerd aan de betalingstermijn en dat er geen verschoonbare reden was voor het niet tijdig betalen. Ondanks het grote aantal beroepen lag de verantwoordelijkheid bij appellanten zelf. Daarom werden de verzetten ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdige betaling van griffierecht is ongegrond verklaard.