ECLI:NL:CBB:2020:569
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging randvoorwaardenkorting 3% GLB na niet-naleving registratie diergeneesmiddelen
Appellante exploiteert een landbouwbedrijf en ontving een randvoorwaardenkorting van 3% op haar GLB-subsidies voor 2015 vanwege het niet correct bijhouden van de registratie van toediening van diergeneesmiddelen aan een rund dat voor slacht werd aangeboden.
De niet-naleving werd vastgesteld door toezichthouders van de NVWA tijdens een bedrijfsbezoek in oktober 2015 en vastgelegd in een rapport van bevindingen van januari 2016. Verweerder nam pas in oktober 2019 het besluit tot korting en verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond.
Appellante stelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden en dat de korting te hoog was gezien de omvang van haar bedrijf en de ernst van de overtreding. Het College oordeelde dat de redelijke termijn pas start bij het indienen van het bezwaarschrift, waardoor geen overschrijding was. Tevens werd geoordeeld dat de ernst en omvang van de niet-naleving rechtvaardigen dat de standaardkorting van 3% wordt gehandhaafd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de randvoorwaardenkorting van 3% wordt gehandhaafd.