ECLI:NL:CBB:2020:572

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
25 augustus 2020
Publicatiedatum
20 augustus 2020
Zaaknummer
18/2756
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rectificatie van uitspraak inzake proceskostenvergoeding in bestuursrechtelijke zaak

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft op 25 augustus 2020 een uitspraak tot rectificatie gedaan van zijn eerdere uitspraak van 17 maart 2020 in zaaknummer 18/2756. De rectificatie betreft een kennelijke onjuistheid in het procesverloop waarbij ten onrechte een gemachtigde werd vermeld en verweerder onterecht werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Na kennisgeving aan partijen en reactie van verweerder heeft het College geoordeeld dat de oorspronkelijke uitspraak op dit punt eenvoudig hersteld kan worden. De rectificatie houdt in dat het beroep van appellante ongegrond wordt verklaard en dat verweerder het betaalde griffierecht van €338 aan appellante vergoedt. Er zijn geen andere proceskosten vastgesteld die voor vergoeding in aanmerking komen.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken door voorzitter R.C. Stam, waarbij de griffier J.M.M. van Dalen verhinderd was de uitspraak te ondertekenen. De gerectificeerde uitspraak is gepubliceerd op rechtspraak.nl en bevat een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 18/2756
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 augustus 2020 tot rectificatie van de uitspraak van 17 maart 2020 in de zaak tussen

maatschap [naam] , te [plaats] , appellante,

en

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder

(gemachtigde: mr. S.J.E. Loontjens).

Procesverloop

Het College heeft vastgesteld dat zijn uitspraak van 17 maart 2020 met zaaknummer 18/2756 (ECLI:NL:CBB:2020:170) een kennelijke onjuistheid bevat.
Het College heeft bij brief van 20 juli 2020 partijen bericht voornemens te zijn de uitspraak te rectificeren.
Verweerder heeft op dit voornemen gereageerd.

Overwegingen

Het College overweegt dat in het procesverloop ten onrechte een gemachtigde in de uitspraak is vermeld. Als gevolg hiervan is verweerder ten onrechte veroordeeld de door appellante in beroep gemaakte proceskosten te vergoeden. Nu de uitspraak een kennelijke, ook voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare onjuistheid bevat, bestaat aanleiding de uitspraak op dit punt te rectificeren.
Het College wijzigt de uitspraak van 17 maart 2020, met zaaknummer 18/2756, als volgt.

“ maatschap [naam] , te [plaats] , appellante,”

(….)
“7.2. Gezien het geconstateerde gebrek ziet het College aanleiding te bepalen dat het door appellante betaalde griffierecht aan haar wordt vergoed. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken.”
(…)
“ Het College:
- verklaart het beroep ongegrond;
- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 338,- aan appellante vergoedt.”
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.

Beslissing

Het College rectificeert zijn uitspraak van 17 maart 2020 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stam, in aanwezigheid van mr. J.M.M. van Dalen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2020.
De voorzitter is verhinderd De griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen. de uitspraak te ondertekenen.