ECLI:NL:CBB:2020:578
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling fosfaatrecht en schending eigendomsrecht afgewezen
Appellante exploiteert een melkveebedrijf en startte in 2014 een uitbreiding van haar veestapel en stallen. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de situatie op 2 juli 2015, waarbij de uitbreiding nog niet volledig was gerealiseerd. Appellante stelde dat het fosfaatrechtenstelsel haar eigendomsrecht schendt en dat er sprake is van een individuele en buitensporige last, mede omdat geen schadevergoedingsregeling bestaat.
Het College overwoog dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat de knelgevallenregeling niet verplicht is uit te breiden naar bedrijven die nog niet volledig waren uitgebreid op de peildatum. Verder werd geoordeeld dat investeringsbeslissingen ondernemersrisico's zijn en dat appellante's late en omvangrijke uitbreiding niet navolgbaar is, mede gezien de afschaffing van het melkquotum en de te verwachten productiebeperkende maatregelen.
Het College concludeerde dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een individuele en buitensporige last draagt. De belangen van milieu en volksgezondheid en de naleving van de Nitraatrichtlijn wegen zwaarder dan de belangen van appellante. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.