ECLI:NL:CBB:2020:634
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling fosfaatrecht en proceskostenveroordeling
Appellant, een melkveehouder die sinds 1998 actief is en sinds 2010 melkvee houdt, heeft beroep ingesteld tegen het vervangingsbesluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin het fosfaatrecht werd vastgesteld. De investeringen voor uitbreiding van het melkveebedrijf vonden plaats in 2014 en 2015, inclusief vergunningen en de bouw van een stal.
Appellant stelde dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last voor hem vormt, mede vanwege zijn duurzame veehouderijsysteem en innovatief concept. Verweerder betwistte dit en stelde dat de investeringen ondernemersrisico's zijn en het stelsel op de gehele sector van toepassing is.
Het College overwoog dat het fosfaatrechtenstelsel niet in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een individuele en buitensporige last. De investeringsbeslissingen waren niet navolgbaar gezien het tijdstip en de omstandigheden, waaronder de afschaffing van het melkquotum.
Het beroep tegen het vervangingsbesluit wordt ongegrond verklaard. Het College oordeelt dat het gebrek aan motivering in het vervangingsbesluit wordt gepasseerd omdat appellant hierdoor niet is benadeeld. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten aan appellant. De vergoeding van deskundigenkosten wordt deels toegekend op basis van redelijkheid en forfaitaire uurtarieven.
Uitkomst: Het beroep tegen het vervangingsbesluit wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.