Appellante exploiteerde een melkveebedrijf en maakte plannen voor uitbreiding en verplaatsing vanwege natuurontwikkeling. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de dieraantallen op de peildatum 2 juli 2015 en wees het bezwaar van appellante af. Appellante voerde aan dat bijzondere omstandigheden, zoals bedrijfsverplaatsing, overlijden en ziekte, toepassing van de knelgevallenregeling rechtvaardigden en dat het fosfaatrechtenstelsel haar eigendomsrecht schond.
Het College oordeelt dat de knelgevallenregeling niet van toepassing is omdat de dieraantallen voorafgaand aan de peildatum niet hoger waren dan op de peildatum zelf. Ook zonder alternatieve peildatum kan geen hogere fosfaatrechten worden toegekend. Verder acht het College het fosfaatrechtenstelsel niet in strijd met het recht op eigendom, omdat niet is gebleken van onomkeerbare investeringen vóór de peildatum en de financiële gevolgen onvoldoende zijn om van een buitensporige last te spreken.
Het beroep tegen het bestreden besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het vervangingsbesluit ongegrond. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan appellante.