ECLI:NL:CBB:2020:697
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van fosfaatrechtenstelsel en proceskostenveroordeling in bestuursrechtelijke beroepsprocedure
Appellante, exploitant van een melkveebedrijf, stelde beroep in tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit tot vaststelling van haar fosfaatrecht. Zij voerde aan dat het fosfaatrechtenstelsel in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat het geen grondslag vindt in artikel 5, vijfde lid, van de Nitraatrichtlijn. Tevens stelde zij dat het stelsel ongeoorloofde staatssteun inhoudt en dat het bestreden besluit gebrekkig gemotiveerd is.
Het College verwijst naar eerdere uitspraken waarin het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is bevonden met het recht op eigendom en de Nitraatrichtlijn. Ook oordeelt het College dat de Europese Commissie het stelsel van verhandelbare fosfaatrechten heeft goedgekeurd als milieusteun, conform artikel 107, lid 1, VWEU en de EU-richtsnoeren voor staatssteun ten behoeve van milieubescherming en energie 2014-2020.
Hoewel het bestreden besluit aanvankelijk niet deugdelijk gemotiveerd was, is dit gebrek in beroep hersteld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Het College veroordeelt de minister tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van appellante, vastgesteld op €525,-.
De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van het fosfaatrechtenstelsel en benadrukt het belang van een deugdelijke motivering, zonder dat appellante hierdoor is benadeeld.
Uitkomst: Het beroep tegen het fosfaatrechtenstelsel wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.