In deze bestuursrechtelijke procedure hebben meerdere slachthuizen beroep ingesteld tegen de door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gehanteerde tarieven voor controles bij vleeskeuringen. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft eerder prejudiciële vragen gesteld aan het Europese Hof van Justitie, dat op 19 december 2019 een arrest heeft gewezen over de toelaatbaarheid van bepaalde kostenposten in de tarieven.
Het CBb oordeelde dat de minister onvoldoende inzicht heeft gegeven in de opbouw van de tarieven en dat daardoor niet kan worden beoordeeld of deze voldoen aan de Europese regelgeving, met name Verordening nr. 882/2004. Hoewel de minister de opleidingskosten inmiddels heeft terugbetaald, zijn er nog andere kostenposten waarover onduidelijkheid bestaat. Het CBb vernietigt daarom de bestreden besluiten en draagt de minister op binnen 26 weken nieuwe besluiten te nemen die voldoen aan de motiverings- en transparantie-eisen.
Daarnaast veroordeelt het CBb de minister tot vergoeding van de proceskosten van appellanten en het betaalde griffierecht. De uitspraak benadrukt dat ook administratieve en ondersteunende kosten onder strikte voorwaarden mogen worden doorberekend, mits deze inzichtelijk en in overeenstemming met Europese regels zijn. De minister krijgt een ruime termijn om de nieuwe besluiten zorgvuldig te motiveren en te onderbouwen.