ECLI:NL:CBB:2020:73
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen uitschrijving bestuurder Stichting na rechtsgeldige ontslagname
Appellante was bestuurder van een Stichting en werd per 11 februari 2018 uitgeschreven als bestuurder na een door een medebestuurder ingediende opgave bij de Kamer van Koophandel. Verweerster, de Kamer van Koophandel, heeft dit besluit tot inschrijving van de uitschrijving gehandhaafd na bezwaar van appellante.
Appellante voerde aan dat zij nooit rechtsgeldig ontslag had genomen en dat zij na genoemde datum nog als bestuurder actief was. Ook stelde zij dat de email waarin het ontslag werd geuit was gewijzigd en dat er tijdens een vergadering afspraken waren gemaakt die haar functie zouden continueren. Het College oordeelde dat de email van 11 februari 2018, waarin appellante duidelijk haar ontslag aankondigde, rechtsgeldig was en dat er geen bewijs was van intrekking of herroeping van dit ontslag. De feitelijke uitoefening van bestuurshandelingen na die datum was niet doorslaggevend.
Verder wees het College het beroep af omdat de aangevoerde bezwaren, waaronder twijfel over de authenticiteit van de email en het horen van een getuige, niet overtuigend waren. Ook werd het bezwaar dat het besluit door dezelfde medewerker was genomen verworpen wegens gebrek aan feitelijke grondslag. Het College concludeerde dat het ontslag direct externe werking had en dat het beroep ongegrond was.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot uitschrijving als bestuurder wordt gehandhaafd.