Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin haar aanvraag voor uitbetaling van basis- en vergroeningsbetalingen en de extra betaling voor jonge landbouwers over 2018 deels werd afgewezen vanwege verruiging van enkele percelen. De minister had op basis van luchtfoto’s vastgesteld dat de percelen 58, 61, 70, 82, 83 en een deel van perceel 79 niet subsidiabel landbouwareaal waren vanwege de overheersing van struiken en bosschages.
Appellante betoogde dat de luchtfoto’s onvoldoende kwaliteit hadden en dat de percelen wel degelijk subsidiabel landbouwareaal waren, onder meer omdat zij extensief werden begraasd en zij eigen foto’s had overgelegd die een beter beeld zouden geven. Het College oordeelde dat de minister terecht gebruik maakte van het AAN-laag systeem met luchtfoto’s op schaal 1:2500, dat voldoet aan de Europese precisie-eisen.
Het College stelde vast dat de percelen inderdaad verruigd en verstruikt waren en dat de door appellante overgelegde foto’s uit 2019 niet representatief waren voor de situatie in 2018. De extensieve begrazing was onvoldoende om de percelen als subsidiabel landbouwareaal aan te merken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Wel werd de minister veroordeeld in de proceskosten van appellante en tot vergoeding van het betaalde griffierecht, vanwege het gewijzigde besluit na het instellen van het beroep.