ECLI:NL:CBB:2020:744
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College van Beroep verklaart beroep ongegrond tegen vaststelling fosfaatrecht na bedrijfsovername en uitbreiding
Appellante exploiteert een melkveehouderij en heeft haar oude bedrijfslocatie met een stalcapaciteit van 40 dieren eind 2014 verkocht en medio 2015 een nieuwe locatie met een capaciteit van 80 dieren aangekocht. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de veestapel op 2 juli 2015, hetgeen leidde tot een tekort aan fosfaatrechten voor appellante.
Appellante voerde aan dat het fosfaatrechtenstelsel het recht op eigendom aantast en dat de peildatum ongunstig is, mede doordat dieren tijdelijk op de oude locatie verbleven. Tevens stelde zij dat sprake is van een individuele en buitensporige last, omdat het vastgestelde fosfaatrecht onvoldoende is om aan financieringsverplichtingen te voldoen.
Het College oordeelt dat het fosfaatrechtenstelsel verenigbaar is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat de peildatum niet ontoelaatbaar is. De uitbreiding van het bedrijf wordt gezien als een ondernemerskeuze zonder bedrijfseconomische noodzaak op het gekozen moment, mede gelet op de afschaffing van het melkquotum en de te verwachten maatregelen.
Financiële rapportages tonen weliswaar een substantieel nadeel, maar dit leidt niet tot een individuele en buitensporige last. Appellante draagt zelf de risico’s van haar investeringsbeslissingen. De belangen van milieu en volksgezondheid wegen zwaarder dan de belangen van appellante. Het beroep wordt dan ook ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.