ECLI:NL:CBB:2020:768
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling knelgevallenregeling fosfaatrechten bij dierziekte en bouwwerkzaamheden
Appellante, een melkveehouder, maakte bezwaar tegen het vastgestelde fosfaatrecht op grond van de Meststoffenwet, waarbij zij een beroep deed op de knelgevallenregeling vanwege dierziekte en bouwwerkzaamheden die de veebezetting en melkproductie negatief beïnvloedden.
Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de dieraantallen op de peildatum 2 juli 2015, en verhoogde dit na bezwaar naar een niveau gebaseerd op de alternatieve peildatum 1 januari 2010, waarmee rekening werd gehouden met de diergezondheidsproblemen. Appellante betoogde dat ook stagnatie van de groei en bouwwerkzaamheden in aanmerking genomen moesten worden, wat werd afgewezen.
Het College oordeelde dat de knelgevallenregeling terugkijkt naar het verleden en geen compensatie biedt voor niet-gerealiseerde groei of tijdelijke effecten van bouwwerkzaamheden. De vastgestelde dieraantallen en melkproductie waren op juiste gronden gehanteerd. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor bezwaar en beroep was overschreden, waardoor een schadevergoeding werd toegekend en proceskosten werden verdeeld tussen verweerder en de Staat.
Het beroep werd ongegrond verklaard, de schadevergoeding vastgesteld op €1000,- en de proceskosten van appellante deels vergoed.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.