ECLI:NL:CBB:2020:774
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag wegens ontbreken Wbr-vergunning voor windturbine
Appellante, Coöperatieve Vereniging Bossche Windmolen West U.A., diende een subsidieaanvraag in voor een windturbine nabij een rijksweg. Verweerder wees de aanvraag af omdat een vergunning op grond van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr) ontbrak, een standpunt dat werd bevestigd door het bevoegd gezag, Rijkswaterstaat.
Appellante betwistte de vergunningplicht en stelde dat de subsidieaanvraag zonder Wbr-vergunning had moeten worden toegekend. Zij voerde aan dat de draai van de rotorbladen over bosschages niet onder de vergunningplicht valt en dat verweerder de vergunningplicht zelf had moeten beoordelen. Het College oordeelde dat verweerder terecht afging op het oordeel van het bevoegd gezag en dat de Wbr-vergunning noodzakelijk is voor de realisatie en exploitatie van de productie-installatie.
Het College benadrukte dat het begrip 'realisatie' ook de ingebruikname en het gebruik van de windturbine omvat. De mogelijkheid om de rotorbladen zodanig te laten draaien dat geen vergunning nodig is, werd niet meegenomen omdat dit niet in de aanvraag was opgenomen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidieaanvraag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag afgewezen wegens het ontbreken van een noodzakelijke Wbr-vergunning.