ECLI:NL:CBB:2020:778
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van hoger beroep wegens ontbreken van beroepsgronden in tuchtrechtzaak accountants
Appellant heeft op grond van artikel 43 van Pro de Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de accountantskamer. Het beroepschrift bevatte echter geen gronden van beroep, wat een vereiste is volgens artikel 43a van de Wtra.
Het College heeft appellant bij aangetekende brief verzocht om binnen vier weken alsnog de gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen. Pas maanden later gaf appellant aan af te zien van het indienen van gronden vanwege maatschappelijke en persoonlijke omstandigheden, zonder nadere toelichting of verzoek om verschoonbaarheid.
Het College concludeert dat appellant niet tijdig gronden heeft ingediend en dat er geen feiten of omstandigheden zijn die het verzuim rechtvaardigen. Daarom wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van het College op 3 november 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van beroepsgronden binnen de gestelde termijn.