ECLI:NL:CBB:2020:824
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Handhaving registratie beëindiging onderneming in handelsregister
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of de Kamer van Koophandel terecht heeft besloten de registratie van de beëindiging van de onderneming in het handelsregister te handhaven. De appellant betoogde dat de onderneming niet beëindigd was maar voortgezet door de erfgenamen van de eigenares.
De Kamer van Koophandel heeft het verzoek van appellant aangemerkt als een onderzoek op grond van de Handelsregisterwet 2007, waarbij zij kan ingrijpen bij gerede twijfel over de juistheid van gegevens. Uit het onderzoek bleek echter onvoldoende aanleiding om de registratie te wijzigen. De erfgenamen reageerden niet op verzoeken om informatie, en de appellant legde geen civielrechtelijk vonnis voor dat de rechtsgeldigheid van de VOF-overeenkomst bevestigt.
Het College benadrukt dat de beoordeling van de rechtsgeldigheid van de VOF-overeenkomst uitsluitend aan de civiele rechter toekomt. Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard, en de registratie van de beëindiging blijft gehandhaafd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de registratie van de beëindiging van de onderneming blijft gehandhaafd.