ECLI:NL:CBB:2020:844
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling fosfaatrecht en toepassing knelgevallenregeling Meststoffenwet
Appellante, exploitant van een melkveebedrijf, stelde beroep in tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin het fosfaatrecht voor haar bedrijf werd vastgesteld en bezwaar ongegrond werd verklaard.
Zij voerde aan dat het fosfaatrechtenstelsel niet noodzakelijk is voor de Nitraatrichtlijn, dat het stelsel ongeoorloofde staatssteun oplevert, dat de knelgevallenregeling onjuist werd toegepast en dat het stelsel een individuele en buitensporige last voor haar vormt. Verweerder stelde dat het stelsel noodzakelijk is, goedgekeurd door de Europese Commissie, de knelgevallenregeling correct is toegepast en dat appellante onvoldoende bewijs leverde voor een individuele last.
Het College oordeelde dat het beroep faalt. Het fosfaatrechtenstelsel is noodzakelijk en niet in strijd met de Nitraatrichtlijn of staatssteunregels. De knelgevallenregeling is juist toegepast op basis van de feitelijke situatie op de peildatum. Appellante heeft onvoldoende bewijs geleverd van een individuele en buitensporige last. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het vastgestelde fosfaatrecht en de afwijzing van haar bezwaar wordt ongegrond verklaard.