ECLI:NL:CBB:2018:480
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling individuele last en eigendomsrecht bij vaststelling melkveefosfaatreferentie onder Wvgm
Appellant exploiteert een melkveehouderij en betwist de vastgestelde melkveefosfaatreferentie (MVFR) 2013, die door verweerder is vastgesteld op 1074 kg fosfaat na bezwaar. Appellant stelt dat hij onomkeerbare verplichtingen is aangegaan voor de bouw van een nieuwe ligboxenstal vóór 12 december 2013, waardoor de vaststelling een disproportionele inbreuk op zijn eigendomsrecht vormt.
Het College stelt vast dat het stelsel van de Wvgm in algemene zin proportioneel is en niet in strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het stelsel reguleert het eigendom in het algemeen belang van milieubescherming en naleving van de Nitraatrichtlijn. De vaststelling van de MVFR 2013 is gebaseerd op het aantal gehouden dieren in 2013, niet op vergunde aantallen.
Appellant heeft geen objectieve bewijsstukken overgelegd die aantonen dat hij vóór 12 december 2013 onomkeerbare verplichtingen is aangegaan voor de uitbreiding. Verweerder heeft vastgesteld dat er geen meldingen van bouwstart zijn gedaan en uit luchtfoto’s blijkt geen bouwactiviteit. Appellant heeft ook geen bewijs van financiering overlegd. Hierdoor is niet gebleken van een individuele en buitensporige last.
Hoewel het bestreden besluit aanvankelijk onvoldoende gemotiveerd was, heeft verweerder dit met een nadere motivering van 5 februari 2018 hersteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar appellant krijgt het betaalde griffierecht vergoed. De redelijke termijn is niet overschreden, mede door vertraging die aan appellant is toe te rekenen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.