ECLI:NL:CBB:2020:883
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling fosfaatrecht op grond van knelgevallenregeling Meststoffenwet
Appellante exploiteert een melkveehouderij en betwist de vaststelling van haar fosfaatrecht door verweerder. Zij stelt dat door ziekte van een van de maten en bouwwerkzaamheden op het bedrijf het fosfaatrecht ten onrechte te laag is vastgesteld. Verweerder heeft het fosfaatrecht vastgesteld op basis van dierenaantallen op de peildatum 2 juli 2015, en bij toepassing van de knelgevallenregeling op een alternatieve peildatum van 15 januari 2015.
Appellante voert aan dat door de polsblessure van een maat de samenstelling van de veestapel op de peildatum onjuist is en dat bouwwerkzaamheden hebben geleid tot het voortijdig afvoeren van melkkoeien, waardoor zij onterecht fosfaatrechten misloopt. Verweerder stelt dat de knelgevallenregeling correct is toegepast, waarbij alleen dierenaantallen vóór het intreden van bijzondere omstandigheden worden vergeleken en dat niet gerealiseerde uitbreidingen niet worden meegenomen.
Het College overweegt dat de vergelijking tussen de bedrijfssituatie vóór het intreden van de bijzondere omstandigheden en de peildatum moet plaatsvinden. De ziekte van de maat en de bouwwerkzaamheden zijn bijzondere omstandigheden die na de alternatieve peildatum plaatsvonden en zijn daarom reeds in de vergelijking verwerkt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de vaststelling van het fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.