ECLI:NL:CBB:2020:927
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing fosfaatrechtenstelsel en individuele last door bedrijfsverplaatsing en uitbreiding melkveehouderij
Appellant, een melkveehouder, werd door een onteigeningsprocedure gedwongen zijn bedrijf te verplaatsen en kocht in 2010 een nieuwe locatie. Hij breidde zijn bedrijf uit van circa 50 naar 160 melk- en kalfkoeien en 118 stuks jongvee. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de situatie op 2 juli 2015, waarbij het bezwaar van appellant werd afgewezen.
Appellant voerde aan dat het fosfaatrechtenstelsel het ongestoord genot van zijn eigendom aantast en dat hij een individuele en buitensporige last draagt vanwege de gedwongen verplaatsing, psychische problemen en medische behandelingen. Hij stelde dat de uitbreiding noodzakelijk was om rendabel te blijven en dat hij onvoldoende compensatie ontving.
Het College oordeelde dat de knelgevallenregeling niet van toepassing is omdat niet aan de 5%-drempel werd voldaan en dat de uitbreiding een ondernemersbeslissing was die niet voortvloeide uit de verplaatsing. Het fosfaatrechtenstelsel is niet in strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. De belangen van milieu en volksgezondheid wegen zwaarder dan de financiële gevolgen voor appellant.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.