ECLI:NL:CBB:2020:928
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing fosfaatrechtenstelsel en individuele last bij bedrijfsverplaatsing melkveehouderij
Appellant, een melkveehouder die zijn bedrijf vanwege natuurontwikkeling moest verplaatsen, stelde dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last op hem legt, omdat hij gedwongen was uit te breiden om de kosten van de verplaatsing te dekken. Hij vorderde een hogere toekenning van fosfaatrechten en ontheffing van het verbod op overschrijding van het fosfaatrecht.
Het College onderscheidde investeringen voor de bedrijfsverplaatsing van die voor de uitbreiding en concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de uitbreiding noodzakelijk was vanwege de verplaatsing. De productiviteitsstijging en ondernemersrisico's verklaren het tekort aan fosfaatrechten, waardoor geen individuele en buitensporige last is vastgesteld.
Verder oordeelde het College dat het vertrouwens-, rechtszekerheids- en gelijkheidsbeginsel niet zijn geschonden, omdat steunverklaringen geen rechtens te honoreren verwachtingen scheppen. Wel was het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd, maar dit gebrek werd gepasseerd omdat appellant daardoor niet benadeeld was.
Ten slotte werd appellant een immateriële schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar en beroep, waarbij de kosten naar evenredigheid werden verdeeld tussen verweerder en de Staat. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en appellant ontvangt een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.