ECLI:NL:CBB:2020:93
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.L. van der Beek
- T. Pavićević
- D. Brugman
- Rechtspraak.nl
Geen kennelijke fout bij niet-toekenning betalingsrechten voor natuurpercelen in GLB-uitvoeringsregeling
Appellant diende een aanvraag in voor uitbetaling van betalingsrechten voor landbouwgrond in 2017, waarbij een aantal percelen met een natuurbeheertype (N-code) niet werd opgegeven voor betaling. Verweerder wees deze percelen af omdat zij niet subsidiabel waren volgens de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB. Appellant voerde aan dat hij telefonisch verkeerde informatie had gekregen en dat hij geen mogelijkheid had om deze percelen aan te geven.
Het College overwoog dat de weigering van deze percelen niet berustte op een kennelijke fout, aangezien appellant bewust deze percelen niet had opgegeven en de aanvraag geen tegenstrijdigheden bevatte. De instructies van verweerder waren gebaseerd op een regeling die later door het College onverbindend werd verklaard, maar dit rechtvaardigde geen correctie van de aanvraag.
Verder oordeelde het College dat het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel geen grond boden om de beslissing te wijzigen, omdat de verstrekte informatie aansloot bij de toen geldende regelgeving en het Unierecht niet toestond om meer percelen toe te kennen dan in de aanvraag waren opgenomen.
Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit tot niet-toekenning van betalingsrechten voor natuurpercelen is ongegrond verklaard.