ECLI:NL:CBB:2020:944
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechtenstelsel en individuele last melkveehouder
Appellant, een melkveehouder, betwistte het door de minister vastgestelde fosfaatrecht op zijn bedrijf en voerde aan dat het fosfaatrechtenstelsel geen toereikende grondslag heeft in de Nitraatrichtlijn, ongeoorloofde staatssteun inhoudt en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd is. Tevens stelde appellant dat het stelsel een individuele en buitensporige last op hem legt vanwege investeringen en het feit dat hij op de peildatum minder dieren hield dan beoogd.
Het College verwijst naar eerdere uitspraken waarin het fosfaatrechtenstelsel als noodzakelijk en verenigbaar met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM is beoordeeld. De Europese Commissie heeft het stelsel goedgekeurd als milieumaatregel zonder ongeoorloofde staatssteun. Appellant heeft onvoldoende onderbouwd waarom het besluit onvoldoende gemotiveerd zou zijn en heeft de individuele en buitensporige last niet aannemelijk gemaakt.
De investeringsbeslissingen van appellant zijn na de aankondiging van het melkquotum in 2009 genomen, terwijl duidelijk was dat groei beperkt zou worden. Ook ontbreken aanwijzingen dat sprake is van een legale uitbreiding. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het fosfaatrechtenbesluit is ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.