ECLI:NL:CBB:2020:946
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.L. Verbeek
- J.W.E. Pinkaers
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling fosfaatrecht en toepassing knelgevallenregeling afgewezen
Appellante exploiteerde een melkveebedrijf en had op de peildatum 2 juli 2015 77 melkkoeien en 98 stuks jongvee. Na het overlijden van een vennoot en echtgenote van de andere vennoot in februari 2014, liep de uitbreiding van het bedrijf vertraging op. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de dierenaantallen op 2 juli 2015 en wees het bezwaar en de melding bijzondere omstandigheid af omdat de 5%-drempel niet werd gehaald.
Appellante voerde aan dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last oplegt, mede door de buitengewone omstandigheid van het overlijden, waardoor de uitbreiding stilviel en het bedrijf nadelig werd getroffen. Zij stelde dat het fosfaatrecht geen rekening houdt met niet gerealiseerde groei.
Het College oordeelde dat de knelgevallenregeling niet van toepassing is omdat de drempel van 5% niet werd overschreden en dat niet gerealiseerde groei niet in aanmerking wordt genomen. Verder concludeerde het College dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het fosfaatrechtenstelsel een buitensporige last oplevert. Het beëindigen van het melkveedeel en de verkoop van fosfaatrechten waren ondernemerskeuzes zonder bedrijfseconomische noodzaak.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het vastgestelde fosfaatrecht en de afwijzing van de knelgevallenregeling wordt ongegrond verklaard.