ECLI:NL:CBB:2020:948
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling fosfaatrecht op grond van Meststoffenwet
Appellante, een melkveehouderij, maakte bezwaar tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarbij het fosfaatrecht voor haar bedrijf werd vastgesteld op basis van de Meststoffenwet. Het primaire besluit werd gehandhaafd in het bestreden besluit, waarna appellante beroep instelde bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Appellante voerde aan dat de Nitraatrichtlijn onvoldoende grondslag biedt voor het fosfaatrechtenstelsel en dat sprake is van ongeoorloofde staatssteun. Tevens stelde zij dat het bestreden besluit gebrekkig gemotiveerd zou zijn. Verweerder stelde dat het stelsel rechtmatig is en verwees naar eerdere uitspraken van het College en een goedkeuringsbeschikking van de Europese Commissie.
Het College oordeelde dat de bezwaren van appellante falen. De Nitraatrichtlijn biedt voldoende grondslag voor het fosfaatrechtenstelsel en er is geen sprake van ongeoorloofde staatssteun. Ook is het bestreden besluit voldoende gemotiveerd, waarbij verweerder inhoudelijk op de gronden van appellante is ingegaan. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van het College op 8 december 2020. Zowel appellante als verweerder waren niet aanwezig bij de zitting. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit tot vaststelling van het fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.