Appellant verzocht de Nederlandse Zorgautoriteit om handhaving van de Regeling Voorschriften bij verwijzing naar tweedelijns zorgaanbieders, omdat zijn huisarts een verwijsbrief had afgegeven zonder de verplichte AGB-code. De NZa wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellant geen belanghebbende zou zijn.
Het College oordeelt dat de Regeling zich richt op de relatie tussen zorgaanbieders en niet op de verzekerde patiënt. Het belang van appellant is onvoldoende persoonlijk en direct om als belanghebbende te worden aangemerkt. Hierdoor is het verzoek om handhaving geen aanvraag in de zin van de Awb en is het bezwaar niet-ontvankelijk.
Daarnaast is het bestreden besluit niet deugdelijk gemotiveerd en had appellant gehoord moeten worden, omdat het bezwaar op andere gronden berust dan de oorspronkelijke beslissing. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Het betaalde griffierecht wordt aan appellant vergoed.