ECLI:NL:CBB:2021:102
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling fosfaatrecht bij uitbreiding melkveebedrijf
Appellant exploiteert een melkveebedrijf en heeft in 2014-2015 geïnvesteerd in de uitbreiding van een ligboxenstal en veestapel. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de situatie op 2 juli 2015. Appellant voerde aan dat het fosfaatrechtenstelsel het eigendomsrecht aantast en dat het stelsel niet voorzienbaar was, met strijdigheid met het gelijkheidsbeginsel en artikel 2 VEU Pro vanwege de startersregeling.
Het College oordeelt dat het stelsel op regelingsniveau verenigbaar is met het recht op eigendom en dat het stelsel voorzienbaar was vóór de investeringen van appellant. De startersregeling is bedoeld voor nieuw gestarte bedrijven en niet vergelijkbaar met bestaande bedrijven die uitbreiden. Appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het stelsel een individuele en buitensporige last oplevert.
Het College benadrukt dat ondernemersbeslissingen risico's met zich meebrengen die voor eigen rekening zijn. De investeringen van appellant in 2015 waren niet navolgbaar gezien de afschaffing van het melkquotum en de te verwachten productiebeperkende maatregelen. De belangen van milieu en volksgezondheid wegen zwaarder dan de belangen van appellant. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het fosfaatrechtenbesluit wordt ongegrond verklaard.